Cette publication a été publiée à l'origine sur ce site

Het Gentse Protealis, dat nieuwe sojarassen ontwikkelt die optimaal renderen in onze contreien, krijgt 6 miljoen euro startkapitaal. ‘Er is bij voedingsbedrijven vraag naar lokale soja. Met onze zaden wordt het rendabel voor de boer.’

Soja wordt hoofdzakelijk geteeld in de Verenigde Staten, Argentinië en Brazilië voor sojaolie en voor het gebruik in veevoeder en plantaardige vleesvervangers. Maar ons land experimenteert al enkele jaren met het eiwitrijke gewas. Vorig jaar werden hier op 70 hectare zowat 150 ton sojabonen geoogst. Peanuts in vergelijking met de paar honderd miljoen ton productie wereldwijd.

Maar daar kan verandering in komen. De start-up Protealis lanceert volgend jaar twee nieuwe sojarassen die speciaal ontwikkeld zijn voor de strook op de wereldkaart tussen 48 en 52 graden noorderbreedte. Die loopt van Parijs tot het midden van Nederland. Daarin liggen behalve België een groot deel van Duitsland, Oekraïne en Rusland.

‘Het is in die regio’s nu niet mogelijk soja rendabel te kweken. We gaan dat mogelijk maken. Dat is een gat in de markt’, zegt Benjamin Laga, CEO en medeoprichter. Hij leidde het plantenonderzoek bij het chemieconcern BASF in Gent en stuurde als directeur van die site een paar honderden mensen aan.

Bacteriën en bolletjes

Protealis is een gezamenlijk project van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) en ILVO, dat in 2013 een veredelingsprogramma voor soja heeft opgestart. Daarbij werd gezocht naar rassen die beter bestand zijn tegen de koude, volwassen worden in een kort seizoen en veel bonen opleveren met een hoog eiwitgehalte.

Die kennis wordt gebundeld met een technologie van het VIB om specifieke bacteriën te verwerken in een coating rond de zaden. ‘Soja is een speciale plant, uit de familie van de vlinderbloemigen’, zegt Katrien Swerts, die het project vanuit het VIB trok. ‘Die planten leven in symbiose met bodembacteriën. Als je soja uit de grond trekt, zie je op de wortel kleine bolletjes waarin die bacteriën leven. Die nemen stikstof uit de lucht op en zorgen voor de bemesting. De bacteriën zijn gekend voor subtropische gebieden. We hebben een tiental geïdentificeerd die die rol in onze contreien vervullen. Dat deden we door soja in honderd tuinen aan te planten en de wortelbolletjes te analyseren. Die bacteriën zijn essentieel. Zonder krijg je triestige plantjes met gelige bladeren en weinig sojabonen.’


De essentie

  • De markt voor plantaardige vleesvervangers stijgt met 15 procent jaar. Bedrijven zijn daarvoor op zoek naar lokale soja.
  • In België en andere streken in Europa is sojateelt nog niet rendabel voor boeren, maar de Gents start-up Protealis – een samenwerking tussen het VIB en ILVO – wil daar verandering in brengen.
  • Het ontwikkelt nieuwe rassen en krijgt daarvoor 6 miljoen euro startkapitaal.

Protealis werpt zich op als een ontbrekende schakel om de stijgende vraag naar lokaal geproduceerde plantaardige eiwitten op te vangen. Alpro – een onderdeel van de Franse voedingsgroep Danone – breidt zijn productie van sojamelk, sojayoghurt en sojapudding stelselmatig uit in België en Frankrijk.

Beyond Meat

Het Amerikaanse Beyond Meat opende in Nederland twee fabrieken voor plantaardige burgers en worstjes. ‘De markt voor vlees- en melkvervangers groeit met 15 procent per jaar, maar die bedrijven willen hun eiwitten niet uit ontboste gebieden in Zuid-Amerika. Ze zijn ook op zoek naar soja die niet genetisch gemanipuleerd is, en die is niet overal te vinden. Die zoeken ze hier in Europa.’



De markt voor vlees- en melkvervangers groeit met 15 procent per jaar, maar die bedrijven willen hun eiwitten niet uit ontboste gebieden uit Zuid-Amerika. Ze zijn op zoek naar lokale soja.

Benjamin Laga
CEO Protealis

Ook de Europese politiek staat achter de lokale productie van eiwithoudende gewassen. In Zuid-Europa wordt al wat soja geteeld. In Frankrijk schuift de productie onder impuls van premies voor sojaboeren op naar de Elzas. Maar het blijft kleinschalig. ‘Europa weet dat het voor 70 procent van zijn eiwitten afhankelijk is van import. Voor soja is dat zelfs 95 procent. Dat is een risico, want eiwitten zijn cruciaal voor elk levend wezen. Bovendien is er interesse voor soja omdat de plant past in een duurzame landbouw. Hij gedijt goed zonder extra stikstofbemesting op het veld. Dat is wegens de stikstofdiscussie een troef.’

Volgens Laga heeft Protealis de sleutel in handen om in onze regio boeren overstag te laten gaan. ‘We hebben rassen ontwikkeld die hier 3 à 3,5 ton per hectare kunnen opleveren. Dat is het moment waarop het voor veel boeren interessant wordt om over te schakelen en eens soja te zaaien in plaats van tarwe, koolzaad of korrelmaïs. We zijn nog niet aan het einde van de rit. Elk jaar of elke twee jaar zullen we met nieuwe, nog betere variëteiten komen. En naarmate boeren meer ervaring hebben, zullen de oogsten verbeteren’, klinkt het.



We hebben sojarassen ontwikkeld die hier 3 à 3,5 ton per hectare kunnen opleveren. Dat is het moment waarop het voor veel boeren interessant wordt eens soja te zaaien in plaats van tarwe, koolzaad of korrelmaïs.

Hij schat dat soja met Protealis-zaden op termijn rendabel kan zijn op 8 procent van het Belgische landbouwareaal. Over alle landen heen spreken we al snel over een paar miljoen hectare. ‘Dat betekent niet dat die allemaal vol zullen staan. Tegen 2030 tussen 200.000 en 400.000 hectare bezaaien, zou mooi zijn.’ Dat laatste cijfer komt ongeveer overeen met het volledig landbouwareaal in België. Het klinkt veel, maar stelt op wereldschaal niet veel voor.

‘We kijken verder dan soja’, zegt Laga. Protealis werkt aan manieren om de teelt van andere vlinderbloemigen – erwten en bonen om te beginnen – te optimaliseren. Denk aan gele erwten, die in opmars zijn als eiwitbron voor vleesloze kipnuggets. België telt met Cosucra een wereldpionier in de extractie van eiwitten, vezels en zetmeel uit die erwtensoort.

Protealis krijgt een startkapitaal van 6 miljoen euro mee. De centen komen onder meer van V-Bio Ventures, PMV en Agri Investment Fund, een fonds onder de koepel van de Boerenbond. Ook het Limburgse familiebedrijf Globachem Group, dat wereldwijd gewasbeschermingsmiddelen verkoopt, stapt in.

De Gentse agrotechcluster heeft er met Protealis een nieuweling bij. De hub, goed voor 1.000 jobs, is de op een na grootste in de wereld. Onder meer Biotalys – een ander paard uit de VIB-stal dat onder meer fruitschimmels biologisch probeert te bestrijden – loopt er in de kijker en maakt zich op voor een beursgang. Giganten als BASF en het agroconcen Syngenta hebben er centra voor plantenonderzoek. Vorig jaar opende de Amerikaanse start-up Inari een Gents filiaal. ‘Dat is niet per toeval. Gent en de kennis daar werken als een magneet’, zegt Swerts.